Historie Tivoli

Het Kloostercomplex van het vroegere broederhuis van de Broeders van Oudenbosch of de Congregatie der Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga. In 1890 werd dit door Nicolaas Molenaar gebouwd in een mengeling van Neo-Renaissance en Neo-Gotische stijl, achter het al eerder beschermde gebouw van het vroegere ‘Collegie’ of Latijnse School. Dit gebouw uit 1845 werd in 1853 het seminarie van het bisdom Breda. Het complex kwam tot stand als huisvesting voor het in 1878 hier gevestigde Collegium Berchmanianum, het philosophicum van de paters jezuïeten.

Na de overplaatsing van dit instituut naar Nijmegen is het gebouw in 1926 verkocht aan de Congregatie van de Missionarissen van de Heilige Familie. De paters verkochten in 1964 hun bezittingen aan de directe buren, de Broeders van Saint-Louis, waardoor hun grote domein één geheel werd. Deze hebben het gebouw in 1994 verlaten. Tussen 1995 en 2012 is het klooster met de reeds beschermde entreevleugel in bezit geweest van de familie Lips als hotel en restaurant onder de naam Tivoli.

Tussen 2010 en 2013 is het gebouw gedeeltelijk afgebroken, waarbij er een nieuw autovrij plein ontstaan is tussen het voormalige klooster en de Basiliek. Hierop zijn nieuwbouw appartementen en winkelpanden gevestigd.

Achter het complex ligt het fraaie landschapspark met Lourdesgrot en de voormalige bakkerij, nu bekend als de ingang van het Arboretum. De situatie van het complex, met de verrassende tuin achter de gesloten bebouwing van de Markt is typerend voor de verborgen wijze waarop hier in Oudenbosch een omvangrijk areaal aan katholieke kloosters en instituten groeide tot een geheel dat zelfs in Brabant ongekend van omvang is geweest.

De Lourdesgrot, gebouwd na de verschijning van Maria aan Bernadette Soubirous in 1858. De grot is vernieuwd in 1904 en maakt deel uit van het complex van het vroegere broederhuis van de Broeders van Saint Louis.